Teksten

Proza-fragmenten

de Paasengel op bezoek

April. Een zilverig afnemende maan. Antwerpen krijgt bezoek van een gevleugelde gedaante dat mistroostig door de straten fladdert met zwart bedropen wangen. Aanhoor zijn/haar lamentaties.
‘Frustrata… super frustratissima…sum angela Pasquali tormentato… deprimatus…’
Het treurlied dringt harder door in de oren dan babygehuil of het nachtelijk parend gejank   van katten in april. Pure wanhoop. Een paasengel in crisis?? Gebrulzang alom. 
‘I am disappointed!’, verklaart de engel nader met ogen vol water, ‘ik ben een paasengel en niemand viert er Pasen, ik ben werkloos, unemployed! Frustrrrr… Nobody wants an ex-angel. No body needs an ex-angel. Ik heb geen rol!’ Down is de engel en zoekt wanhopig naar engelen-anti-depressiva. Hij vindt tenslotte een wijnfles die was blijven slingeren op de laatste avondmaaltafel. Troost zich en zuipt zich te pletter. ‘Frustratissima… multum frus… extremus frus… in desperatione totalissima frrrrusss… volo fugere! volo volare! volavo volo volavo!!’ 
Na dagen jeremieeren lijkt de engel tenslotte zijn/haar vleugels kapot te bijten. Een moment van zelf-verminking? Pluimen vliegen alle kanten op. Donsveertjes verstrooien zich in de wind. Slagpennen en dekveren amputeren. ‘Ik ga doppen bij de duvel,’ brutaleert de engel,  ‘van mijn pluimen maak ik een oorkussen om eeuwig te maffen in de hel’. De engel raaskalt onverstaanbaar in een taal dat schippert tussen Bargoens en oud-Latijn. Gevloek alom. Iets als ‘steek die paaseieren in jullie…! Explodata! Kust mijn paasklokken!’ Het treurlied kantelt in een vloeklied. ‘Goddamned Pasquali! Paschae putridum! O si nunquam natus sum! Paschae stronzo, Paschae Merda!’ 

(Engelcyclus - april 2023)


Een eenhoorn gevangen

Mensen hoor toe! Een héél vreemd voorval vond plaats. Een zeldzame eenhoorn werd gevangen genomen. Vanouds zijn deze woeste dieren met parelmoeren ogen en ivoren benen enkel ‘in den schote van enen suvere maeghet’ te vangen. Wel nu, mijn deugden hebben er één gevangen. Dat hoogst eigenaardig schepsel dat iets wegheeft van een ezel, buffel, edelhert, paard en geit kwam zich neervlijen tussen mijn verontruste dijen, zijn puntige hoorn gleed stout tegen mijn boezem aan. Veel te veel te dicht bij. Too much MeToo. Mijn onrust nam een toevallig mes en vilde hem nog voor ik het besefte. In mijn virginaal oor lispelde hij met foamy lips zijn laatste woorden: ‘God straft omdat enkel maagden mij kunnen vangen. Ik was liever gevangen door hot dertigers, met véél experience, man/ vrouw/ transgender… Enkel in het laatste uur van mijn boring leven heeft het lot toch mijn hidden wish vervuld.’ De ijlende eenhoorn bleef onverstaanbaar smoezelen in mijn met kwijl besmeurde oorschelp. ‘Nog een laatste wens?’. Schuimbekkend antwoordde het dier: ‘Poets mijn horny hoorn dagelijks met beeswax uit de bergen van Efeze!’ ‘Okidoki.’ ‘En gebruik als poetsdoek… !’ Toen werd hij rijp om als masker te dienen. Deze polishing cloth daar zeg ik niets over, enkel virgins like me beschikken hier over. 

lente 2023 

GEDICHT

De meeuw

Meeuwengeschreeuw
Ik ben een meeuw
Meeuwengeschreeuw
in het Vlaamse bad-kuuroord Knok
daar ben ik een vliegende rat
omdat ik vuilniszakken openscheur
en ‘les Knokkenaars’ hierdoor zit in de rats

Meeuwengeschreeuw

dus vlieg ik westwaarts
weg van valse baronnen
naar de stad van poëten en Ensors

Meeuwengeschreeuw

daar vind ik andere ratten
bureaucraten bureaukratten
zij binden een zendertje aan mijn poot
verbonden met een Seagull-app
ik ben traceermeeuw Z 199

Meeuwengeschreeuw

Ik vliegvlogger richting de pier
buiten westen
als transmigrant
niet naar Engel- maar engelenland
Jonathan Livingstone’s droom achterna
 
De meeuwenradar kleurt rood
en ik eindig als wilde-vogel-paté
op de Knokkenaar zijn brood

meeuwengeschreeuw

(ornitholoquim - zomer2022)